Beginpagina

Artiesten en optredens

AR-00230 D

Repertoire kiezen samen met de bewoners

Hoe kies je liedjes die de groep kent, hoe vang je een verzoeknummer op en waarom bekend repertoire beter werkt dan nieuw werk.

Fiche nagekeken op 1183 woorden1 bron

Waar de fiche ligt
Artiesten en optredens · Ref. AR-002
Wat de fiche aanhaalt
kenniscentrummantelzorg.nl
Inkeping van de lade
Minder dan 30 dagen · Fiche nagekeken op · Terug naar de lade
Een muziekkamer in een woonzorgcentrum bij daglicht, een accordeon op een stoel naast een map met liedjes, een halfvolle koffiekop op een tafel, zacht licht door een raam op de achtergrond, van opzij gefotografeerd.
Blad AR-002 Een muziekkamer in een woonzorgcentrum bij daglicht, een accordeon op een stoel naast een map met liedjes, een halfvolle koffiekop op een tafel, zacht licht door een raam op de achtergrond, van opzij gefotografeerd.

Kies liedjes die de groep al kent. Vraag vooraf na welke nummers in het huis leven, houd een vaste kern van bekende liedjes bij de hand en gebruik nieuw werk alleen als extraatje. Een verzoeknummer vang je op door het meteen te herhalen, te vragen naar het refrein en het in je eigen tempo te spelen. Bekend repertoire werkt beter omdat het herinneringen oproept en meezingen mogelijk maakt.

Hoe kies je repertoire dat de bewoners kennen?

Begin niet bij je eigen lijstje, maar bij het huis. Vraag de activiteitenbegeleider welke muziek er dagelijks klinkt: tijdens het koffiemoment, bij het opstaan, in de huiskamer. Loop een keer mee en luister. Vaak hoor je Nederlandstalige evergreens, liedjes uit de jaren vijftig tot zeventig, psalmen of smartlappen. Noteer wat mensen spontaan meezingen of waar ze van oplichten.

Maak daarna een kern van twintig tot dertig nummers die de groep vrijwel zeker kent. Denk aan liedjes die op de radio bleven hangen, aan volksliedjes van school, aan liedjes die bij het beroep van vroeger horen. Zet ze in een vaste volgorde, zodat je niet hoeft te zoeken als de zaal vol zit. Een liedjesmap met titel, toonaard en eerste regel werkt beter dan een lange lijst op je telefoon.

Toets je keuze bij een paar bewoners. Vraag niet: wat wil je horen, want dat levert vaak stilte op. Vraag: kent u dit liedje, zong u dit vroeger weleens. Zo krijg je informatie zonder iemand in de spot te zetten. Wie slecht hoort, heeft baat bij liedjes met een duidelijk refrein en een rustig tempo.

Voor de muzikale kant van zulke keuzes, bijvoorbeeld hoe een nummer is opgebouwd of waarom een refrein blijft hangen, kun je terecht bij een referentie over muziek voor gebruik, zoals productiemuziek en catalogi. Daar lees je hoe muziek wordt gemaakt voor een bepaald doel, en dat inzicht helpt je om een liedje te beoordelen op bruikbaarheid in de groep.

Hoe vang je een verzoeknummer op tijdens het optreden?

Een verzoeknummer is geen onderbreking, maar een geschenk. Herhaal de titel hardop, zodat de vragensteller zich gehoord voelt. Zeg eerlijk of je het nummer kent. Ken je het niet, vraag dan of iemand het refrein kan voorzingen. Vaak komt de melodie dan vanzelf boven, en anders is een gezongen eerste regel al genoeg om samen verder te gaan.

Speel een verzoek meteen of noem een moment: na dit lied, of als afsluiter. Mensen houden het beter vast als ze weten wanneer het komt. Zet het nummer in een toonaard die voor de groep haalbaar is. Een te hoge toonaard jaagt mensen weg, een te lage toonaard laat ze mompelen. Zoek het midden en begeleid spaarzaam, zodat de stemmen voorop staan.

Houd een klein briefje bij de hand voor aanvragen die je niet direct kunt spelen. Schrijf de titel op en noem hem aan het einde nog eens. Zo weet de groep dat er niets verdwijnt. Als een verzoek vaak terugkomt, zet het dan in je vaste kern. Zo groeit je repertoire met de groep mee.

Waarom werkt bekend repertoire beter dan nieuw werk?

Bekend repertoire doet iets wat nieuw werk zelden doet: het opent de weg naar herinneringen. Bij dementie blijft muziek uit de jeugd lang hangen, ook als het gesprek stokt. Een liedje uit het jaar dat iemand trouwde of verhuisde, roept beelden op die woorden niet meer kunnen ophalen. Dat is reminiscentie: werken met herinneringen via muziek, geur of voorwerp. Muziek is daarbij een van de sterkste ingangen.

Meezingen is de tweede winst. Bij een bekend lied hoeft niemand na te denken over de tekst. De groep valt vanzelf in, ook mensen die anders zwijgen. Dat geeft een gevoel van meedoen dat nieuw werk niet meteen geeft. Nieuw werk vraagt luisteren, oefenen en soms uitleg. Dat kan mooi zijn, maar het kost meer dan een half uur.

Nieuw werk heeft wel een plek. Zet het na een blok bekende liedjes, of gebruik het als luistermoment. Kondig het kort aan: dit is nieuw, luister maar. Zo blijft de groep bij de muziek zonder de druk om mee te zingen. Wie nieuw werk brengt, doet dat naast het bekende, niet in plaats daarvan.

Hoe bouw je een optreden op met vaste herkenningspunten?

Begin met een lied dat iedereen kent. Dat geeft de groep een ingang en jou een rustig startpunt. Zet daarna een tweede bekend nummer, iets sneller, zodat de zaal wakker wordt. Wissel af tussen meezingen en luisteren. Een blok van drie bekende liedjes, dan een rustig nummer, dan weer twee bekende liedjes: dat ritme houdt de aandacht vast zonder te veel te vragen.

Kondig elk nummer kort aan met een weetje: het jaar, de zanger, de film waarin het voorkwam. Zo krijgt het lied een haakje. Mensen die het nummer niet kennen, horen dan toch waarom het er staat. Houd je aankondigingen kort, één of twee zinnen. Het lied is de hoofdzaak, niet het verhaal eromheen.

Sluit af met een lied dat de groep zeker kent, liefst een waarvan de laatste regel blijft hangen. Zo gaat men neuriënd naar de kamer. Noteer na het optreden welke nummers bleven hangen en welke niet. Die aantekening is je volgende repertoirelijst.

Wat doe je als de groep stil blijft?

Stilte betekent niet dat er niets gebeurt. Kijk naar de voeten, de handen, de lippen. Mensen die niet zingen, tikken soms mee of wiegen zacht. Benoem dat niet, maar speel door. Kies dan een lied met een heel eenvoudige tekst, bijvoorbeeld een liedje met twee regels die steeds terugkomen. Herhaling vraagt minder dan variatie.

Zet ook eens een lied in met een beweging erbij: klappen, wiegen, een hand op de maat. Wie niet zingt, kan vaak wel bewegen. Gebruik een rustig tempo en een lage begeleiding, zodat de stemmen niet hoeven te concurreren met het instrument. Soms helpt het om zelf voor te zingen zonder begeleiding, zodat de groep jouw stem volgt.

Blijft het stil, stop dan niet meteen. Speel een instrumentaal stuk dat de groep kent, of laat een opname horen. Muziek hoeft niet altijd gezongen te worden om te werken. Na een paar minuten probeer je opnieuw een bekend lied. Vaak komt de groep dan wel op gang.

Hoe houd je het repertoire levend?

Houd een schrift bij met wat werkt. Noteer per optreden: welke liedjes vielen in de smaak, welke verzoeknummers kwamen terug, welke toonaard te hoog was. Dat schrift is meer waard dan een algemene lijst met honderd titels. Bespreek het eens per maand met de activiteitenbegeleider en met een paar bewoners. Zo blijft het repertoire van de groep, niet van jou alleen.

Vernieuw voorzichtig. Voeg per maand één of twee nummers toe die aansluiten bij wat de groep al kent. Een lied uit dezelfde tijd of van dezelfde zanger werkt beter dan een lied uit een heel andere hoek. Zo blijft het vertrouwd en groeit het toch mee.

Deel je lijst met collega's en met de artiesten die langskomen. Een vaste kern van bekende liedjes maakt elk optreden makkelijker, voor de groep en voor de muzikant. Wie de liedjes kent die het huis al zingt, staat nooit met lege handen.

Inhoud van de fiche

  1. Hoe kies je repertoire dat de bewoners kennen?01 / 06
  2. Hoe vang je een verzoeknummer op tijdens het optreden?02 / 06
  3. Waarom werkt bekend repertoire beter dan nieuw werk?03 / 06
  4. Hoe bouw je een optreden op met vaste herkenningspunten?04 / 06
  5. Wat doe je als de groep stil blijft?05 / 06
  6. Hoe houd je het repertoire levend?06 / 06

Notities bij de opname

  1. kenniscentrummantelzorg.nl

Verder lezen